Vragen? Bel Vera! +31(0)6 40080306

Scholen, zonnepanelen en de btw

Zonnescholen ziet nog geen doorbraak in eenvoudiger afhandeling btw voor scholen met zonnepanelen.

Scholen die zonnepanelen aanschaffen worden btw-plichtig. Het schoolbestuur moet aangifte doen over de teruggeleverde zonnestroom en mag een deel van de btw over de gemaakte kosten terugvragen. Zonnescholen adviseert schoolbesturen hoe hiermee om te gaan, en voor een groot aantal schoolbesturen die deelnamen aan Zonnescholen, hebben we de aangiften en teruggaaf geregeld. Vanaf het begin liggen we met de Belastingdienst in de clinch hoe de aangifte gedaan zou moeten worden, want de uitleg van de Belastingdienst is in onze ogen niet juist en nodeloos ingewikkeld. We hebben meerdere bezwaar- en beroepsprocedures en rechtszaken gevoerd. Klik hier voor een nieuwsartikel over het dossier in het Friesch Dagblad.

Inmiddels heeft dit moeizame dossier ook de Tweede kamer bereikt en worden kamervragen gesteld: ‘Bent u bereid, als bewindslieden van het Ministerie van Financiën en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat om een heldere landelijke regeling te ontwikkelen voor scholen en verenigingen, waarin of een vrijstelling van btw-afdracht voor teruggeleverde stroom wordt geregeld, of op zijn minst alles in het werk wordt gesteld om de administratieve last van die btw-afdracht zo minimaal mogelijk te houden?’ Zie deze kamervragen.

Ook de rechter heeft geconcludeerd dat de uitleg van de Belastingdienst weliswaar binnen de regels past, maar dat het in de praktijk niet zo ingewikkeld hoeft te worden aangepakt, als men dat zou willen. Maar dat is niet aan de rechter, maar aan de Belastingdienst of de wetgever (regering en parlement) om dat te regelen. De Belastingdienst weigert hierover slimme afspraken te maken met de schoolbesturen. Het is dus aan de politiek om hier iets aan te doen. We wachten nog op antwoord.

Op dit moment nemen we geen nieuwe schoolbesturen aan om hen te begeleiden bij de btw-aangiften. We hopen dat er snel meer duidelijkheid komt over wat schoolbesturen kunnen verwachten over dit onderwerp. Al zijn wij niet zeker dat dit er (op korte termijn) komt.

De huidige Zonnescholen worden door ons begeleid via de door ons opgerichte stichting Fiscale Ondersteuning Zonnescholen (FOZ). Deze dienstverlening zetten we door zolang het nodig is. Omdat onduidelijk is hoe het verdergaat, nemen we in beginsel nu geen nieuwe schoolbesturen aan om dit nog van vooraf aan te regelen.

1. Zonnepanelen op uw school? En de btw dan?

U hebt voor uw onderwijsorganisatie één of meer zonnestroominstallaties aangeschaft of bent van plan dat te doen. U bent erachter gekomen dat uw organisatie dan met de btw (ook wel omzetbelasting) te maken krijgt en daarmee hebt u als onderwijsorganisatie geen of weinig ervaring. U vraagt zich waarschijnlijk af of u de btw op de aanschafkosten (de zogenaamde voorbelasting) terug kunt krijgen, hoe het zit met de belastbaarheid van de geproduceerde elektriciteit, en hoe de btw daarover moet worden berekenend. Misschien vroeg u al offerte en vertelde de installateur dat u alle btw terug kunt krijgen. Maar u hebt twijfels, want u hoorde misschien ook andere verhalen. Misschien vraagt u zich nog wel meer af. Bijvoorbeeld of u onder het ‘hele gedoe’ uit kan komen; wat de fiscale risico’s zijn als u niets doet. Kortom, u wilt graag weten hoe het echt zit met zonnestroominstallaties en btw.

Gelukkig ontdekte u dat er een organisatie bestaat met gedegen ervaring op het gebied van de btw en zonnepanelen bij onderwijsinstellingen, namelijk het Zonnescholen-project. Vanuit dit project is nu de Stichting Fiscale ondersteuning Zonnescholen (FOZ) opgericht. Deze heeft tot doel – reeds aangemelde – schoolbesturen te ondersteunen bij alle administratieve, juridische en fiscale aspecten van zonnestroominstallaties. We hebben al veel uitzoekwerk verricht. Wij mogen ons zo langzamerhand echt specialisten noemen op het gebied van zonnepanelen op schooldaken en alles wat daarmee samenhangt. De bedoeling van de stichting is dat zoveel mogelijk schoolbesturen kunnen profiteren van de opgedane kennis en werkwijze, en dat samen met alle deelnemers de gemaakte kosten worden gedeeld. De stichting heeft geen winstoogmerk.

De btw verdient speciale vermelding, want dat is waar de Stichting FOZ zich vooral op richt. De btw is een ingewikkelde belasting die is afgeleid van afspraken op Europees niveau. Daarom hebben we grondig uitgezocht wat precies de gevolgen zijn op btw-gebied voor onderwijsinstellingen die zonnepanelen aanschaffen. De ingewikkeldheid van de btw maakt, zoals te verwachten is, dat de wet- en regelgeving voor meerdere uitleg vatbaar is. Geen wonder dat de belastingdienst tot een andere en minder gunstige uitleg komt dan wij. Omdat er aanzienlijke bedragen in het spel zijn, heeft dat geleid tot veel bezwaar- en beroepschriften. Uiteindelijk zullen uitspraken van rechters bepalend worden. Onze zienswijze en die van de belastingdienst zijn inmiddels in het geding bij verschillende rechtbanken.

Één opmerking vooraf:

U bent btw-plichtig (en dus aangifteplichtig) vanaf het moment dat een zonnestroominstallatie met het openbare net is verbonden en dat er een elektriciteitsmeter is die kan meten hoeveel elektriciteit aan het openbare net wordt geleverd. Dat wil zeggen dat u btw moet afdragen over de waarde van de aan het net geleverde elektriciteit. Het doet er niet toe of de installatie in eerste aanleg alleen maar is aangeschaft voor gebruik door de school zelf. Vanwege de koppeling op het openbare net is er automatisch sprake van ondernemerschap voor de btw, ook wel omzetbelasting genoemd. Tegenover de aangifteplicht staat in principe het voordeel van de teruggaaf van de btw in verband met aanschaf en onderhoud van de installatie (de zogenaamde voorbelasting). Soms lukt het niet meer om de voorbelasting te verzilveren, bijvoorbeeld omdat termijnen zijn verstreken. Of de voorbelasting (alsnog) te verrekenen is, hangt af van de exacte feiten en omstandigheden.

2. Onze aanpak

Onze aanpak kent vijf stappen. Bij iedere stap geven we een korte toelichting.

Aanpak BTW
1. Quick Scan

Met een korte checklist bepalen we wat uw fiscale uitgangssituatie is en of u deelnemer van het Zonnescholenproject kunt worden. Het deelnemerschap heeft als voordeel dat uw organisatie wordt ontzorgd en dat u de kosten van onderzoek aangiften, bezwaar- en beroepsprocedures met andere deelnemers kunt delen. We verwachten dat de meeste schoolbesturen deelnemer kunnen worden. Bij uitzondering is deelnemerschap niet zinvol en zullen we een andere aanpak adviseren.

2. Inventarisatie en analyse

Als u deelnemer wordt, verleent u ons opdracht door ondertekening van de DEELNEMERSOVEREENKOMST. Dan gaan we aan de hand van een uitgebreidere checklist na wat er allemaal al bekend is, wat er nog moet worden aangevraagd, gecontroleerd of geregeld in stap 3. Denk hierbij aan de aanwezigheid van een zogenaamde ‘slimme meter’, zodat we het energieverbruik op afstand kunnen aflezen. Als die er niet is, zullen we deze voor u aanvragen. Heeft u een grootverbruiksaansluiting, dan is het van belang dat we de status van de SDE+-subsidie kennen. Wat nog niet geregeld is, vragen we aan of kijken we na. Dat geldt ook voor het kunnen uitlezen van de omvormer, het laten herleven van het btw-nummer, een machtiging voor het inzien en wijzigen van energiegegevens, en eventuele andere zaken die in uw geval van belang kunnen zijn.

3. Inregelen

Op basis van de inventarisatie uit stap 2, zorgen we dat alles geregeld wordt en gereed wordt gemaakt voor het doen van juiste en tijdige aangiften. Al deze zaken leiden tot het inregelen van ons rekenmodel voor uw organisatie, op basis waarvan accuraat en snel ieder kwartaal de btw-aangifte kan worden uitgevoerd.

4. Btw-aangifte

Als alles duidelijk is en goed is ingevoerd, verzorgen we ieder kwartaal de verplichte aangifte omzetbelasting, inclusief het terugvragen van (een deel van) de betaalde btw. Hiermee ontlasten we uw organisatie, en zorgen we ervoor dat in deze fase alles volgens de fiscale spelregels verloopt. Onjuiste of te late aangiften zorgen voor gedoe en mogelijk verlies van het recht op aftrek van voorbelasting.

5. Bezwaar en beroep

Op dit moment liggen meerdere zaken bij de rechter en zijn we in afwachting van behandeling en uitspraak. Zolang deze zaken ‘onder de rechter’ zijn, zorgen we ervoor dat tegen uw aangiften en opgelegde beschikkingen tijdig bezwaar en beroep wordt aangetekend. Voor de stand van zakenvan de rechtsgang verwijzen we naar bijlage III.

3a. Toelichting bij stap 1. De quickscan

De eerste stap is de quickscan. Zolang we de fiscale status van uw onderwijsorganisaties en uw zonnestroominstallaties niet kennen, weten we niet wat er bij u speelt en of misschien toevallig net vandaag of morgen een termijn verloopt, waardoor uw recht op aftrek van voorbelasting vervalt. Vanwege de vele termijnen die in de btw-wetgeving bepalend zijn voor falen of succes, is snelheid vereist. We vragen u daarom zo snel mogelijk te reageren.

Hieronder vertellen we wat we moeten weten om te beoordelen of u deelnemer kunt worden. Ook stellen we vast welke btw-acties acuut nodig zijn en wat nog even kan wachten.

Bij alle vragen die we stellen geldt: we hebben de gevraagde documenten nodig. Ontbreekt een bepaald document, omdat het nog niet bestaat? Weet u niet of een bepaald document al dan niet zou moeten bestaan? Laat ons precies weten wat u weet en niet weet! Met uw toestemming zijn onze fiscalisten wellicht in staat om bepaalde documenten langs andere weg alsnog boven water te halen.

Quickscan: dit hebben we nodig van uw onderwijsorganisatie
Wat Waarom?
1 Uittreksel KvK Geeft RSIN; adres; samenstelling bestuur; aantal locaties
2 Brief: ‘vaststelling belastingplicht’ Verenigingen en stichtingen zijn in bij oprichting btw-plichtig (en overigens ook VpB-plichtig), mits door de belastingdienst anders is beschikt. Uit de ‘vaststelling belastingplicht’ kan worden afgeleid of het btw-nummer al dan niet actief is en dat is doorslaggevend voor de termijn waarin en de wijze waarop voorbelasting (eventueel nog) kan worden geclaimd.
3 Btw-aangiften Indien aanwezig: de laatste vier door uw organisatie ingediende btw-aangiften. Daarmee kunnen verifiëren of en zo wanneer aangifte is gedaan en of er sprake van een actief btw-nummer. In dat geval moeten afdracht en voorbelasting van de zonnestroominstallaties in de aangiften worden geïntegreerd. Is dat nagelaten dan is misschien een snelle suppletieaangifte nodig.
4 Contactpersoon btw Beschikt de organisatie over een administrateur of financieel specialist met basiskennis op het gebied van de btw? Graag ontvangen we naam, adres, telefoon (mobiel) en e-mail. Dat praat makkelijker.
5 Overeenkomst leverancier/installateur Uit de overeenkomst, indien aanwezig, volgt op welke wijze de onderwijsorganisatie contractpartner is ter zake van de zonnestroominstallatie(s). Dat is bepalend voor de verrekening van de voorbelasting en de eventuele afdracht van omzetbelasting op aangifte. Soms is er sprake van lease of dakverhuur en dan gelden voor de btw andere spelregels.
Quickscan: dit hebben we nodig van per locatie met zonnepanelen
6 Offerte/projectplan Geeft informatie over de status, aard en omvang van het project, en de verhouding tussen leverancier en de onderwijsorganisatie.

 

7 Facturen Geeft essentiële fiscale informatie, zoals de tenaamstelling van de facturen, de factuurdata en de omvang van de voorbelasting.
8 Bewijs van datum ingebruikname/opleverrapport Vanaf dat moment is het fiscale ondernemerschap voor de omzetbelasting van kracht (tenzij de organisatie reeds beschikte over een actief btw-nummer).

 

Nadat we op al deze vragen een antwoord en de daarbij gevraagde documenten hebben ontvangen, leveren we zo snel mogelijk, maar binnen een week, ons rapport. Hierin treft u onze analyse aan van de situatie waarin uw organisatie zich btw-technisch bevindt, met daarbij de conclusie of deelnemerschap een optie is. Zo ja, dan ontvangt u een overeenkomst van opdracht, zodat we de volgende stappen in gang kunnen zetten.

3b. Toelichting bij stap 2. Inventarisatie en analyse

Na ondertekening van de overeenkomst bent u deelnemer en volgt een uitgebreide inventarisatie en analyse, want nu brengen we precies in kaart hoe het er met de zonnestroominstallaties en de btw voor staat. Zodat we weten wat er nog geregeld moet worden en om juiste en tijdige btw-aangiften te kunnen doen. Een groot deel van de door ons opgevraagde documenten zal door de belastingdienst worden opgevraagd bij bezwaarprocedures. Daar hebben we deze dus ook voor nodig.

Inventarisatie: dit hebben we nodig van uw onderwijsorganisatie
Wat Waarom?
1 Overeenkomst energiebedrijf Dit geeft inzicht in de energietarieven, maar ook in de voorwaarden voor teruglevering
2 Machtiging energiegegevens We vragen u een machtiging te ondertekenen, zodat we uw energiegegevens kunnen opvragen en eventueel (na goedkeuring) kunnen wijzigen bij energiebedrijf, netbeheerder of meetbedrijf.
3 Machtiging en SBA Buikema Belastingen Hiermee machtigt uw organisatie Buikema Belastingen fiscale zaken voor u te regelen.
Inventarisatie: dit hebben we nodig per locatie met zonnepanelen
3 Type elektriciteitsaansluiting en -meter, incl. EAN-code Het type energiemeter: slim of analoog, is eenvoudig te achterhalen met behulp van een foto van de meterkast. De EAN-code staat op uw jaarafrekening, maar ook op de elektriciteitsmeter zelf. We willen daarnaast weten of de locatie een kleinverbruiksaansluiting heeft (max. 3x80A), of een grootverbruiksaansluiting. In het laatste geval maakt u waarschijnlijk gebruik van een SDE+-subsidie. We gaan voor u na of de energiemeter geschikt is voor teruglevering en op afstand is uit te lezen. Zie verderop.
4 Jaarafrekening elektriciteit Bij voorkeur van de laatste twee jaren. Hiermee kunnen we het stroomverbruik en de vermoedelijke teruglevering achterhalen.
5 Inloggegevens omvormer De omvormer kan via internet worden uitgelezen. Zo kan de opwek van zonnestroom worden geadministreerd. We ontvangen graag deze inloggegevens, zodat we de opwek kunnen administreren.
6 Overeenkomst leverancier/installateur Uit de overeenkomst, indien aanwezig, volgt op welke wijze de onderwijsorganisatie contractpartner is ter zake van de zonnestroominstallatie(s). Dat is bepalend voor de verrekening van de voorbelasting en de eventuele afdracht van omzetbelasting op aangifte. Soms is er sprake van lease of dakverhuur en dan gelden voor de btw andere spelregels.
SDE+-subsidie: aanvullende info bij grootverbruik (> 3x80A)
7 Subsidiebeschikking RVO (of de aanvraag als de beschikking nog niet binnen is) Als u een SDE+-subsidie hebt aangevraagd en hebt gekregen, ontvangen we graag de beschikking, Anders een afschrift van de lopende aanvraag.
8 Terugleverovereenkomst netbeheerder Heeft u toestemming om te mogen terugleveren op het elektriciteitsnet, en is de meter daarvoor geschikt gemaakt?
  Overeenkomst meetbedrijf BrutoProductieMeter en meetdienst Beschikt u over een BPM-meter van het meetbedrijf, zodat de opwek aan CertiQ kan worden doorgegeven? Heeft u hiervoor een overeenkomst afgesloten?
9 Bewijs van inschrijving bij CertiQ en ingang SDE+-subsidie Heeft u bevestiging van CertiQ dat de opwek wordt geregistreerd t.b.v. de SDE+-subside?

Hoe verder?

Als de antwoorden bij stap 2 daartoe aanleiding geven, zetten we acties in gang om de belangen van uw organisatie veilig te stellen. Wat er nog niet is vragen we aan of regelen we anderszins. Denk daarbij aan het aanvragen van een slimme meter of een terugleverovereenkomst met de netbeheerder. Ook stuiten we soms op andere zaken die zijn blijven liggen, zoals het bekrachtigen van de aangevraagde subsidie, onduidelijke verzekerings- en eigendomskwesties, geconstateerde gebreken na oplevering, enzovoort. Met het Zonnescholen-project hebben we ruimte ervaring met alle aspecten van zonprojecten bij scholen. We kunnen vrijwel ieder probleem op dat vlak voor u oplossen.

3. Zonnestroominstallaties en de btw

In deze bijlage lichten we toe hoe en waarom de btw-regelgeving van toepassing is op onderwijsorganisaties die zonnestroom opwekken. Wij weten dat schoolbesturen, na ingebruikname van een zonnestroominstallatie, zich soms niet melden bij de belastingdienst als ondernemer voor de omzetbelasting. Hierboven hebben we er hier en daarop gewezen dat daarmee niet alleen een serieus risico wordt genomen, maar dat er ook een financieel nadeel van betekenis ontstaat.

De risico’s van het niet naleven van de btw-wetgeving.

Iedere van omzetbelasting vrijgestelde entiteit (stichting, vereniging, etc.) wordt onmiddellijk ondernemer voor de omzetbelasting als zij een op het openbare net aangesloten zonnestroominstallatie exploiteert. Vanaf dat moment bestaat recht op aftrek voorbelasting én de plicht om per kwartaal aangifte te doen over de opwek en de verschuldigde btw af te dragen. De aangiften dienen te worden ingericht conform het door de belastingdienst ingenomen standpunt, teneinde niet in het boetetraject verzeild te raken (zie hierboven).

Indien geen melding wordt gedaan van de aangifteplicht en geen aangifte wordt gedaan over waarde van de aan het openbare net geleverde zonnestroom, is men wettelijk in verzuim. Op verzuim staat per aangifte een boete van 3% van de af te dragen btw met een minimum van € 50 per aangifte. De belastingdienst kan per aangiftetijdvak een geschatte naheffingsaanslag opleggen. Als er sprake is van continuerende recidive krijgt ‘verzuim’ het karakter van welbewust beleid, hetgeen in de fiscale wetgeving uitgelegd kan worden als een vergrijp, waarop aanzienlijk hogere boetes van toepassing zijn. Omdat er meestal sprake is van de plicht om ieder kwartaal aangifte te doen kan de som van boetes en naheffingsaanslagen flink oplopen. Naheffingsaanslagen zijn zelden te laag. De daartegen noodzakelijke bezwaarschriften vormen de volgende kostenpost.

De belastingdienst is bekend met het feit dat onderwijsorganisaties (net als particulieren) in het algemeen slechts in beperkte mate beschikken over kennis van wet- en regelgeving op het gebied van de omzetbelasting. Maar we weten: allen worden geacht de wet te kennen en belastingdienst of rechter zullen het gemiddelde schoolbestuur, gezien haar middelen en mogelijkheden, hiervan niet gemakkelijk verschonen. Statutair speelt daarnaast de civielrechtelijke bestuurdersaansprakelijkheid een rol. Mede op grond van dergelijke overwegingen is een zorgvuldige uitleg en toepassing van de aangifteplicht eigenlijk de enige optie.

Als een onderwijsinstelling wegens andere belaste prestaties al aangifte doet, bijvoorbeeld vanwege leerlingenvervoer, verhuur van een gebouw, het uitlenen van personeel (voor niet-onderwijs doeleinden), etc. dient in de lopende aangiften de btw m.b.t. de zonnestroominstallaties te worden verwerkt. Vervolgens dient steeds opnieuw tijdig bezwaar- en eventueel beroep te worden aangetekend tegen de eigen aangifte. Wij doen dat alleen als er sprake is van een zogenaamde negatieve aangifte, waarbij de teruggaaf wegens verrekenbare voorbelasting de afdracht overtreft. Bij een positieve aangifte laten we bezwaar en beroep, bij ‘gebrek aan belang’ achterwege.

Het fundament van ons verzet: het Fuchs-arrest

Ondernemers die belaste prestaties verrichten en dus btw-plichtig zijn, kunnen de btw die op een zonnestroominstallatie drukt terugvorderen; de zogenaamde aftrek of verrekening van voorbelasting. Dat komt omdat zij belaste prestaties verrichten en de geproduceerde zonnestroom geheel of grotendeels gebruikt wordt voor die belaste prestaties. Zo’n ondernemer reikt aan haar klanten facturen met btw uit en draagt die btw af onder aftrek van de aan de ondernemer zelf gefactureerde btw, de zogenaamde voorbelasting. Als de ondernemer ook wat elektriciteit aan het net levert, is de waarde daarvan met btw belast omdat de ondernemer, naast zijn overige belaste prestaties, dan ook als zonnestroomproducent deelneemt aan het economisch verkeer.

Maar ook particulieren produceren tegenwoordig nogal eens elektriciteit. Sinds het beroemde Fuchs-arrest van het Europese Hof van Justitie (HvJ EU; Zaak C 219/12 dd 20 juni 2013) zijn particuliere zonnestroom-opwekkers ondernemer voor de omzetbelasting. In haar arrest komt het HvJ EU tot een aantal opmerkelijke rechtsoverwegingen (r.o.), zoals deze (r.o. 30) ‘Zoals de verwijzende rechter heeft opgemerkt, kan het, aangezien het gaat om netgekoppelde energieproductie, onmogelijk zijn om het betrokken vervangbare goed, te weten elektriciteit, te classificeren en te identificeren na levering aan en teruglevering uit het elektriciteitsnet.’

Verder stelt het HvJ EU vast: Zou de met een zonnestroominstallatie opgewekte elektriciteit te verdelen zijn in de twee categorieën ‘eigen verbruik’ en ‘levering aan het net’, dan verstaat het HvJ EU onder het begrip ‘direct verbruikte elektriciteit’ blijkens het arrest ‘[…] elektriciteit die direct of kort nadat zij in het elektriciteitsnetwerk is ingebracht, van het openbare elektriciteitsnet is afgenomen’ (r.o. 11).

Daarom is naar de mening van het Europese Hof de volledige productie van die particulier (in dit geval de heer Fuchs in Oostenrijk) belast (ongeacht of er sprake is van privégebruik of levering aan het net) en dus ook de volledige voorbelasting verrekenbaar. Omdat Europese rechtspraak boven nationale wetgeving of rechtspraak gaat kon de belastingdienst niet anders, dan vanaf dat moment iedere particuliere Nederlander met een zonnestroominstallatie op het dak, kwalificeren als ondernemer voor de omzetbelasting met recht op volledige teruggaaf van de voorbelasting. Daarom kon indertijd het verweer van de belastingdienst dat in Nederland particulieren geen facturen met btw uitreiken aan het energiebedrijf, hun contractpartner voor levering en teruglevering van elektriciteit, geen standhouden. Want de salderingsregeling, die zo’n over- en-weer facturering verhindert, is een Nederlandse en dus een nationale regeling voor kleinverbruikers (aansluitwaarde < 3 x 80 A). Het standpunt van de belastingdienst lijkt er op neer te komen dat nationale wettelijke bepalingen het op het Europese recht gebaseerde recht op aftrek van voorbelasting blokkeren.

Van HvJ EU’s 38 rechtsoverwegingen in het Fuchsarrest citeren we hierboven twee. Deze rechtsoverwegingen zijn op zich al van dermate algemene aard dat zij evenzeer toepasselijk zijn op anderen dan particulieren. Naar onze mening is het Fuchs-arrest daarom ook onverkort van toepassing op onderwijsorganisaties.

Over de btw in het algemeen

De btw-regels zitten zo in elkaar dat uiteindelijk alleen de eindgebruiker, de consument dus, de btw betaalt. Bij de particuliere zonnestroomproducent is het privé-gebruik dus belast. Voor zover hij aan het net levert is ook dat deel belast op grond van deelname aan het economisch verkeer. Dus is bij de particulier de gehele productie belast (uitkomst van het Fuchs-arrest). En dus is ook de gehele voorbelasting verrekenbaar (mits de aangifte tijdig is gedaan!). Op particulieren is, net als op andere natuurlijke rechtspersonen zoals zzp’ers en andere ondernemers voor de inkomstenbelasting, de Kleine Ondernemers Regeling (KOR) van toepassing. De regeling behelst (onder meer) dat op jaarbasis een afdracht kleiner dan € 1.345 achterwege mag blijven. Particuliere zonnestroom- producenten komen, vanwege de geringe omvang van de installaties, nooit toe aan afdracht. Niet-natuurlijke rechtspersonen zoals BV’s, stichtingen en verenigingen (en dus ook onderwijsorganisaties) komen niet voor de KOR in aanmerking, maar vanaf 1 januari 2020 wel voor de op stapel staande OVOB.

De OVOB

Vanaf 2020 is het wetsvoorstel Omzetgerelateerde vrijstelling voor ondernemers (OVOB) van kracht. Verwacht een btw-plichtige ondernemer een omzet die jaarlijks lager is dan € 20.000 dan heeft hij het recht (en niet de plicht) om ontheffing van administratieve lasten te vragen. Dan vervalt het doen van aangifte en dus ook het afdragen van btw. Maar ook het verrekenen van voorbelasting. De herzieningssystematiek blijft wel van kracht. Dus zal een deel van de eerder geïncasseerde voorbelasting moeten worden terugbetaald als binnen de herzieningsperiode voor de OVOB wordt gekozen. Dat is niet slim. Beter dus om te wachten tot de afloop van de herzieningsperiode en dan te opteren voor de OVOB. Daarmee bereikt belanghebbende het beste van twee werelden: wel de voorbelasting geïncasseerd terwijl de heffing van de baan is.

Eerst aangifte, dan bezwaar, daarna beroep

Btw is een aangiftebelasting en geen aanslagbelasting, zoals bijvoorbeeld de inkomstenbelasting (IB). Er kan dus niet gewacht worden op een aanslag waarop de gebruikelijke bezwaartermijn van zes weken van toepassing is. Om te beginnen moet de aangifte, om te voorkomen dat men op voorhand in overtreding gaat door onjuiste aangifte te doen, worden ingericht conform de wet- en regelgeving zoals die door de belastingdienst wordt uitgelegd. Vervolgens gaat belanghebbende binnen zes weken in bezwaar tegen de opgelegde teruggaaf beschikking of tegen de eigen aangifte. Als er tenminste een financieel belang is, want het heeft geen zin om in een bezwaarschrift te pleiten voor een hogere aanslag. Zo’n bezwaarschrift wordt niet-ontvankelijk verklaart. De Belastingdienst dient binnen zekere termijn op het bezwaarschrift te reageren met een ‘Uitspraak op bezwaar’, maar het kan ook zijn dat ze eerst nog wat informatieve vragen stelt. Op een Uitspraak op bezwaar volgt een Beroepschrift bij de competente Rechtbank. Op dit moment liggen bij twee Rechtbanken vier gelijkluidende zaken. Het wachten is op een zittingsdatum, naar verwachting ergens dit voorjaar.

Voorbelasting

De Belastingdienst stelt dat de voorbelasting slechts verrekenbaar is, voor zover er sprake is van levering aan het net. Hoe gaat dat in de praktijk? Als de installatie is opgeleverd moet een schatting worden gemaakt van de toekomstige, jaarlijkse, levering aan het net. De Belastingdienst geeft een beschikking af op basis van een onderbouwd voorstel van een schoolbestuur. Is die beschikking op 70% belaste prestaties gebaseerd, dan staat de Belastingdienst 70% aftrek voorbelasting toe. In de opvolgende vier jaren volgen jaarlijkse correcties als de werkelijkheid meer dan 10% van de schatting afwijkt. Dus moet van ieder aangiftetijdvak de daadwerkelijke mate van teruglevering worden bepaald. Met de juiste middelen kunnen via internet slimme meters en omvormers uitlezen.

Aangiften worden gedaan per RSIN, dus met het btw-nummer van de onderwijsorganisatie. Om het standpunt van de belastingdienst in de aangiften te kunnen toepassen, hebben we een rekenmodel op jaarbasis ontwikkeld, waarin per kwartaal zowel de voorbelasting als de belaste prestaties worden berekend per individuele locatie. Deze worden samengesteld tot de in het aangiftetijdvak in aanmerking te nemen verrekenbare voorbelasting en afdracht. Het model is geschikt voor een RSIN met tientallen locaties met zonnestroominstallaties; voor variatie in energietarieven; voor het toepassen van hoog- en laag tarief; voor het ongelijktijdig in bedrijf nemen van zonnestroominstallaties; etc. Het is bovendien ingericht voor het op toepassen van de herzieningssystematiek (art. 15 lid 4 Wet OB 1968).

Meestal wordt een negatieve aangifte (een aangifte met teruggaaf) gevolgd door een teruggaafbeschikking. Daartegen maken we vervolgens bezwaar. Vervolgens doet de Belastingdienst uitspraak op bezwaar en daartegen gaan we in beroep. Omdat we dat allemaal vaker dan één keer hebben gedaan, krijgen de formatten van bezwaar- en beroepschrift een steeds vastere vorm.

We doen de belastingdienst niet te kort als we in de aangiften alleen de niet-gesaldeerde elektriciteit in aanmerking nemen, ook wel genoemd de ‘teruglevering’. Dat is, in het licht van de overwegingen van het HvJ EU in het Fuchs-arrest, eigenlijk een misplaatste term, die we voor het gemak dan toch maar gebruiken. Om op die manier aangifte te kunnen doen, is het nodig dat onmiddellijk na ommekomst van een aangiftetijdvak, de precieze teruglevering bekend is, evenals de prijs die in aanmerking dient te worden genomen als grondslag voor de btw-heffing.

Afdracht

Over de teruglevering moet per kwartaal aangifte worden gedaan, steeds in de maand volgend op dat kwartaal. Dus daarvoor moet worden bijgehouden hoe groot de teruglevering per kwartaal is geweest. Met de juiste middelen kunnen wij via internet slimme meters en omvormers uitlezen. Hiermee halen we de benodigde informatie binnen om op gestructureerde wijze namens u de aangifte te doen.

Precisie in aangiften, bezwaar- en beroep

Zolang de rechter ons niet in het gelijk heeft gesteld moeten we de aangiften inrichten conform het standpunt van de belastingdienst. Zo zit de wet nu eenmaal in elkaar. Omzetbelasting is een aangiftebelasting en belastingplichtige heeft de plicht om de juiste aangifte te doen en de juiste aangifte is de aangifte die het standpunt van de belastingdienst volgt. Als we aangifte doen volgens ons eigen standpunt doen we, zolang de rechter ons gelijk niet heeft bevestigd, onjuiste aangifte en kunnen we in het boetetraject verzeild raken.

Het bezwaar en beroep dat we vervolgens instellen tegen onze eigen aangiften (want zo gaat dat dan) heeft inmiddels geleid tot een flink aantal bezwaarschriften en inmiddels ook tot veel beroepszaken bij verschillende rechtbanken. Naar verwachting zal het aantal beroepzaken nog flink oplopen en niet alleen bij ons maar ook bij collega-fiscalisten.

Als zaken ‘onder de rechter komen’ is het noodzakelijk dat het aangifteproces met grote precisie wordt voorbereid en uitgevoerd. Vormfouten en termijnoverschrijdingen worden onmiddellijk afgestraft door de wederpartij. Ook alle details zijn belangrijk: de adressering aan de competente inspectie, rechtbank, gerechtshof, de cijfermatige onderbouwing; de verwijzing naar arresten en rechtsoverwegingen, de inhoudelijke weerlegging van de wederpartijstandpunten en beweringen, de juiste weergave van feiten en omstandigheden. De noodzakelijke precisie organiseren we als volgt:

  • het nauwgezet samenstellen van de aangiften;
  • het tijdig en correct indienen van de aangiften;
  • het tijdig en correct indienen van bezwaarschriften;
  • het tijdig en correct indienen van beroepschriften;
  • het tijdig en correct indienen van hoger beroepschriften;
  • het tijdig en correct voldoen van de verschuldigde griffierechten;
  • het bij iedere stap toepassen van de actuele stand van de fiscale kennis en jurisprudentie.

Daarom ligt de uitvoering van en de controle op dit proces en alle overige met de btw-problematiek samenhangende zaken, in handen van de fiscalisten van de Stichting FOZ, in nauwe samenwerking met het team van Zonnescholen.

Het besluit om ons niet neer te leggen bij het standpunt van de belastingdienst is tot op heden uniek in Nederland. Ongetwijfeld heeft de complexiteit van de problematiek en de kosten die gemoeid zijn met bezwaar- en beroepsprocedures veel bestuurders afgehouden van een claim op de voorbelasting.

Dat laatste is in onze ogen erg onverstandig, want met het exploiteren van een zonnestroominstallatie ontstaat de btw- en dus de aangifteplicht, ongeacht de prestaties die uw organisatie in hoofdzaak verricht.

4. Onze geschillen met de Belastingdienst

We verschillen op vier punten van mening met de belastingdienst:

  1. Voorbelasting
    Belastingdienst: aftrekbaar voor zover de geproduceerde elektriciteit aan het openbare net wordt geleverd.
    Zonnescholen: volledig aftrekbaar.
  2. Productie van zonnestroom
    Belastingdienst: belast voor zover zij aan het openbare net wordt geleverd.
    Zonnescholen: volledig belast.
  3. Heffingsgrondslag.
    Belastingdienst: btw wordt berekend over het kale elektriciteitstarief vermeerderd met overheidsheffingen.
    Zonnescholen: btw wordt alleen berekend over het kale tarief.
  4. Herzieningssystematiek
    Belastingdienst: niet toepasbaar.
    Zonnescholen: wel toepasbaar.

De voorbelasting als geschilpunt

De belastingdienst stelt dat een schoolbestuur niet als ondernemer handelt voor zover de zonnestroominstallatie voor eigen gebruik wordt aangewend. Haar standpunt is dat er, wat het eigen gebruik betreft, sprake is van een niet-economische activiteit die buiten de reikwijdte van de btw-wetgeving valt. Dat is dus iets anders dan voor de btw vrijgesteld gebruik binnen de reikwijdte van die wetgeving! Onder het kopje ‘de herzieningssystematiek als geschilpunt’ gaan we hieronder dieper in op de gevolgen van de zienswijze van de belastingdienst en op onze tegenwerpingen.

De ervaring heeft inmiddels geleerd dat er in de praktijk sprake is van een teruglevering van 54 tot 73% bij de scholen die wij kennen. Omdat dit percentage nogal kan verschillen, niet alleen per locatie, maar ook afhankelijk is van het seizoen, hebben we ervoor gekozen om in de aangiften vooralsnog niet meer dan 50% van de voorbelasting te claimen. Als in het tweede productiejaar van een locatie dat percentage hoger of lager uitkomt, passen we de herzieningssystematiek toe.

De productie als geschilpunt

De belastingdienst stelt zich op het standpunt dat alleen btw moet worden afgedragen over de elektriciteit die aan het net is geleverd. Eigen gebruik is naar haar mening een niet-economische activiteit en dus niet belast. Onze mening is, in navolging van het Fuchs-arrest, dat de volledige productie belast is, ongeacht de mate van levering aan het openbare net. Voor de berekening van de btw-afdracht dient naar onze mening het kale energietarief in aanmerking te worden genomen dat de energiemaatschappij in rekening brengt, zonder overheidsheffingen als energiebelasting en ODE. De afdracht wordt dan: productie (in kWh) x kale energieprijs oer kWh x 21% btw.

De belastingdienst is van mening dat in de heffingsgrondslag de overheidsheffingen dienen te worden betrokken. Tegelijkertijd stelt ze zich ook op het standpunt dat, mocht de rechter in ons voordeel beslissen en er een contractuele prijsafspraak over teruglevering met een elektriciteitsbedrijf bestaat (hetgeen altijd het geval is), bij de berekening van de btw-heffing het kale energietarief in aanmerking dient te worden genomen over de gehele productie (die dan immers helemaal belast is). Dat lijkt tegenstrijdig en dat is het naar onze mening ook.

We doen de belastingdienst dus niet te kort als we in de aangiften alleen de niet-gesaldeerde elektriciteit in aanmerking nemen, ook wel ‘teruglevering’ genoemd, Om op die manier aangifte te kunnen doen is het nodig dat onmiddellijk na afloop van een aangiftetijdvak, de precieze teruglevering bekend is.

De heffingsgrondslag als geschilpunt

De belastingdienst stelt zich op het standpunt dat btw moet worden afgedragen over de elektriciteit die aan het net is geleverd. De waarde van die levering bestaat naar haar mening uit het kale energietarief dat de energiemaatschappij in rekening brengt vermeerderd met de overheidsheffingen (energiebelasting en ODE). De belastingdienst is dus van mening dat in de heffingsgrondslag de overheidsheffingen dienen te worden betrokken, maar stelt zich tegelijkertijd ook op het standpunt dat, als er een contractuele prijsafspraak over teruglevering met een elektriciteitsbedrijf is gemaakt, het kale tarief in aanmerking dient te worden genomen als de rechter in ons voordeel beslist.

Uit de toepasbare wetgeving volgt naar onze mening dat op zonnestroom een overheidsheffing als de energiebelasting niet van toepassing is, want op grond van de Milieuwet art 50 lid 2 en 6a zijn productie en eigen gebruik vrijgesteld van overheidsheffingen. Daarom wordt door ons, ter berekening van de omvang van de belaste prestaties c.q. de maatstaf van heffing, het kale elektriciteitstarief toegepast. Het gevolg is dat de afdracht veel lager uitvalt, dan wanneer we de overheidsheffingen wél in aanmerking zouden nemen. Daarom maken we tegen aangiften met alleen maar afdracht geen bezwaar. We zouden dan immers een pleidooi moeten houden voor een hogere aanslag. Dat leidt (wettelijk) tot een niet ontvankelijkheidsverklaring, en dat willen we niet.

Omdat we op dit punt wél afwijken van het systeem dat aangiften volgens het standpunt van de belastingdienst moeten worden ingericht, hebben we er uitgebreid met de belastingdienst over gecommuniceerd en vermelden we het keer op keer in onze bezwaar- en beroepschriften. Het is dan aan de belastingdienst om desgewenst de aangiften te corrigeren.

De herzieningssystematiek als geschilpunt

In het kort komt de herzieningssystematiek bij roerende zaken (zonnepanelen zijn meestal roerend) die zowel zakelijk als privé worden gebruikt, er op neer dat de in aftrek gebrachte voorbelasting in de vier opvolgende jaren wordt gecorrigeerd als er sprake is van meer of minder zakelijk gebruik dan in eerste instantie werd aangenomen.

De belastingdienst meent dat schoolbesturen niet onder deze regeling kunnen vallen, niet omdat er sprake is van ‘privé’, maar van niet-economische prestaties. Voor zover de zelf opgewekte elektriciteit niet aan het net wordt geleverd wordt ze door de school zelf gebruikt en onderwijs is immers vrijgesteld van btw. Anders gezegd, dergelijke prestaties vallen buiten de reikwijdte van de btw. Dus, stelt de belastingdienst kan de herzieningssystematiek niet van toepassing zijn. Immers, zou dat wel het geval zijn, dan leidt dat onherroepelijk tot onwettige en dus ongeldige overschrijding van de grenzen van de reikwijdte van de btw-wetgeving. Omzetbelastingspecialisten komen tot andere conclusies. Op grond daarvan en van Europese jurisprudentie zijn ook wij een andere mening toegedaan. Hieronder de uitgebreidere beschrijving.

Als een ondernemer een bedrijfsmiddel in gebruik neemt en de voorbelasting volledig verrekent, wordt hij geacht een deel van de verrekende voorbelasting terug te betalen als in een later jaar het bedrijfsmiddel, anders dan hij bij aanschaf dacht, niet volledig voor belaste prestaties is gebruikt (art. 15 lid 4 Wet OB 1968). De geldigheidsduur van deze regeling is voor roerende zaken 4 jaar na het jaar van aanschaf, Ieder van die vier jaren moet 1/5 deel van de voorbelasting herwogen worden op aftrekbaarheid. Niet geïntegreerde zonnepanelen, of beter gezegd, een PV-installatie, is naar haar aard roerend, zo volgt uit de jurisprudentie. De herzieningssystematiek is dus ook op een PV-installatie van toepassing. Overigens komen we aan het toepassen van de herzieningssystematiek niet toe als we gelijk krijgen en gewoon 100% van de voorbelasting verrekenbaar is. Dat we in dit project te maken hebben met de herzieningssystematiek vloeit dus voort uit ons geschil met de belastingdienst. Een rekenvoorbeeld maakt duidelijk hoe de herzieningssystematiek werkt.

Stel een ondernemer schat dat 70% van de productie belast is. Dan brengt hij 70% van die btw in aftrek. Blijkt in een opvolgend jaar dat zijn schatting te hoog was en dat in dat jaar eigenlijk maar 50% aftrekbaar is, dan dient hij een deel van de eerdere teruggaaf terug te betalen. Dat wordt per jaar bekeken en na het jaar van investeren zijn er 4 wettelijke herzieningsjaren. In totaal worden bij roerende zaken dus 5 jaren in aanmerking genomen. Zou aan voorbelasting €10.000 zijn verrekend dan is aan het 50%-jaar 1/5 deel van de 70% claim, oftewel € 2.000 toe te rekenen. Het over dat jaar terug te betalen bedrag komt dan op 2.000 – (10.000/0,7) x 0,5/5= 1.429 = € 571. De verrekening moet worden toegepast in de laatste tijdvakaangifte van ieder van de vier opvolgende kalenderjaren na het investeringsjaar.

De herzieningssystematiek moet per investering worden toegepast. Dus als een onderwijsorganisatie op tien van haar schoollocaties in de loop van twee of drie jaar zonnestroominstallaties laat aanbrengen, is het toepassen van de herzieningssystematiek geen broodje van de bakker. Gelukkig hebben we daarvoor een goed werkend rekenmodel ontwikkeld.

De belastingdienst stelt, zoals gezegd, dat een schoolbestuur niet als ondernemer handelt voor zover de zonnestroominstallatie voor eigen gebruik wordt aangewend. Haar standpunt is dat er, wat het eigen gebruik betreft, sprake is van een niet-economische activiteit en dus niet btw-belast gebruik. Omdat dat iets anders is dan vrijgesteld gebruik, is de implicatie van haar standpunt dat het eigen gebruik van de elektriciteit door een onderwijsorganisatie buiten de reikwijdte van de btw-wetgeving valt. In feite compliceert het standpunt van de belastingdienst de zaak nog veel verder dan we in het rekenvoorbeeld hierboven schetsen. Om dat te verduidelijken het volgende.

Het verschil met de ondernemer in het voorbeeld is dat die ondernemer ook wat zijn vrijgestelde prestaties betreft, nog steeds met al zijn prestaties deelneemt aan het economisch verkeer en dus economische activiteiten verricht. Daarom is, naar de mening van de belastingdienst bij zo’n ondernemer wel, maar bij een onderwijsorganisatie de herzieningssystematiek niet van toepassing. Dat leidt tot tal van problemen. Want als de schattingssystematiek en de eventuele latere herzieningen niet van toepassing zijn, welk deel van de voorbelasting kan dan in aftrek worden genomen in het kwartaal waarin de investering is gedaan? Vooraf kan immers niet bekend zijn in welke mate de elektriciteit aan het openbare net wordt geleverd? In onze beroepschriften formuleren we onze bezwaren ongeveer als volgt:

“Ter illustratie moge het volgende dienen; daarbij het standpunt van de belastingdienst volgend. Als de inbedrijfstelling (of facturatie) plaatsvindt in een tijdvak met relatief weinig saldering en dus veel teruglevering is op grond van het pro-rato standpunt van de belastingdienst veel voorbelasting te verrekenen over dat tijdvak. Maar als de inbedrijfstelling (of facturatie) plaatsvindt in een tijdvak met relatief veel saldering is weinig of geen voorbelasting te verrekenen. Het maakt dan opeens heel veel uit hoe hoog de zon heeft gestaan in het tijdvak waarin de PV-installatie in bedrijf wordt gesteld! Dat legt de weg open voor manipulatie en willekeur, bijvoorbeeld door de inbedrijfstelling uit te stellen tot de schoolvakanties; in de periode dus waarin de saldering minimaal en de teruglevering maximaal is. Naar onze mening dient de stand van de zon niet te bepalen in welke mate voorbelasting verrekenbaar is, maar de wetgever!”.

In onze fiscaal-inhoudelijke weerlegging doen we opnieuw een beroep op recente Europese jurisprudentie. Het ziet er op hoofdlijnen als volgt uit:

“De uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 art 13 lid 3 en 4 regelt vervolgens de herzieningssystematiek in de opvolgende jaren, ongeacht of er sprake is van een deel belaste prestaties enerzijds en een deel vrijgestelde of niet-economische prestaties anderzijds, want het Besluit Aftrek van Voorbelasting (25-11-2011 nr. BLKB2011/641M) § 3.5.2. is dit jaar ingehaald door HvJ EU C-140/17, 25 juli 2018; Gmina Ryjewo met conclusie van advocaat-generaal J. Kokott, dd. 19 april 2018, C-140/17, ECLI:EU:C:2018:273. Het HvJ EU concludeert dat herziening bij niet-economische activiteiten past binnen het neutraliteitsbeginsel van de omzetbelasting. Uit dat arrest volgt dat een publiekrechtelijk lichaam recht kan hebben op aftrek van voorbelasting onder de in r.o.41 van dat arrest beschreven voorwaarde. Als gevolg daarvan is § 3.5.2 van het Besluit aftrek van voorbelasting (25 november 2011, nr. BLKB2011/641M), verwijzend naar art. 15 li6 wet OB, niet meer onverkort van toepassing”.

Stand van zaken rechtsgang

Gelijk hebben is één ding, gelijk krijgen een tweede. De uitspraken van rechters zijn in het algemeen niet voorspelbaar en in het complexe gebied van de btw-wetgeving al helemaal niet. Ook de reactie van de belastingdienst op gerechtelijke uitspraken is niet zonder meer voorspelbaar. Zou hoger beroep volgen of kiest ze eieren voor haar geld bij een voor de belastingdienst ongunstige uitspraak? Rechters hebben zo hun eigen visie op btw-zaken. Omdat de btw-wetgeving complex is, zijn er in de btw gespecialiseerde rechters. Op 8 augustus heeft de rechter in Groningen uitspraak gedaan over de btw-kwestie voor scholen die zonnepanelen aanschaffen. De rechtszaak tegen de belastingdienst is door Zonnescholen aangespannen namens één van de deelnemende schoolbesturen. Zonnescholen heeft meerdere beroepszaken lopen, waarvoor nog meerdere rechtszittingen zullen plaatsvinden. De kwestie betreft in feite drie geschilpunten:

  1. Moet btw verrekend worden over de gehele productie van de zonnestroom, of alleen over het deel dat teruggeleverd wordt aan het net? Hetzelfde geldt voor het terugvorderen van de btw over de aanschaf: krijg je alle btw terug, of slechts een deel? Zonnescholen vindt dat alle btw verrekenbaar is.
  2. De afdracht van de btw over de geproduceerde zonne-energie: betreft dat de kWh-prijs inclusief belastingen en heffingen, of alleen de kale elektriciteitsprijs? Zonnescholen vindt dat laatste.
  3. Toepassen van de herzieningssystematiek: als er toch een percentage moet worden vastgesteld waarmee naar rato de btw wordt verrekend (zie punt 1). Kan dit percentagedan in latere jaren herzien worden, of mag dat niet? Zonnescholen vindt van wel want de zon schijnt immers niet alle jaren evenveel en ook niet alle maanden. Toch wil de belastingdienst ons een vast percentage opleggen. Omdat het investeringskwartaal wettelijk leidend is, wordt dat percentage afgeleid van de teruglevering in dat specifieke kwartaal. Dat levert enorme verschillen in percentage op; van bijna nul in de winter tot bijna 100% tijdens de schoolvakanties. Omdat dat de weg vrijmaakt voor willekeur en manipulatie kunnen we ons niet voorstellen dat dat de bedoeling van de wetgever is.

De rechtszaak in juli ging over één schoolbestuur in Friesland. De rechter heeft zich beperkt tot deze casus. Over punt 1: inhoudelijk ging de rechter mee in het betoog dat technisch gezien de zonnestroominstallatie gekoppeld is aan het net en dat in beginsel alle stroom aan het net geleverd wordt. De rechter vindt echter dat de energiefactuur, die alleen het saldo van de geleverde en nette-teruggeleverde stroom in rekening brengt, leidend is. Hiermee blijft de onduidelijkheid bestaan die Zonnescholen graag opgehelderd zou willen zien: is het Fuchs-arrest nu van toepassing bij verenigingen en stichtingen, of niet?

Punt 2 betreft de heffingsgrondslag: volle kWh-prijs, of kale elektriciteit-prijs? Zowel de rechter als de belastingdienst gingen mee in het standpunt van Zonnescholen: de btw wordt gerekend over de kale energieprijs. Dat betekent een fors lagere afdracht t.o.v. de btw over de hele kWh-prijs. Mooi dus.

Over punt 3 heeft de rechter helaas niets gezegd.

De uitspraak van de rechter heeft veel vragen onbeantwoord gelaten (zie hier de uitspraak). Bij de motivering die de rechter bij enkele antwoorden wel geeft, zijn vraagtekens te plaatsen. Daarom gaan we tegen deze uitspraak in beroep. In de maand december dienen meerdere van onze beroepzaken tegelijkertijd bij de meervoudige kamer van Rechtbank Arnhem. Die zaken worden behandeld door rechters die gespecialiseerd zijn in de btw, en de behandeling zal fungeren als proefproces. Het kan zijn dat dan de door ons gewenste duidelijkheid ontstaat. Maar misschien zien we ons toch genoodzaakt om daarna hoger beroep in te stellen.

5. De kosten van deelname

Het Zonnescholen-project is er in eerste instantie op gericht schoolbesturen te helpen met de aanschaf van zonnepanelen, en regelt alles wat daarbij komt kijken. Deelnemende schoolbesturen betalen hiervoor per locatie een vast bedrag. De aanpak van de btw-kwestie wordt apart verrekend via de Stichting. De kosten hiervoor bestaan uit twee delen:

  • Uitzoekwerk en kennisontwikkeling m.b.t. scholen, zonnepanelen en btw
  • Kosten per schoolbestuur of locatie voor het verzorgen van de aangiften en het indienen van bezwaar, beroep, etc.

In aanloop naar uitvoering van het project hebben we uitvoerig onderzoek moeten doen, en is veelvuldig overlegd met de belastingdienst. Op basis hiervan is de systematiek van aangiften ontwikkeld en hebben we het reken- en aangiftemodel opgezet. Hiermee kunnen we voor iedere deelnemer op gestructureerde wijze de aangiften verzorgen en tegelijk de gehele stand van zaken bijhouden t.b.v. bezwaar en beroep, etc. Deze kosten nemen nu niet veel meer toe. Daarnaast maken we uiteraard kosten per schoolbestuur en per locatie. Deze zijn per locatie ongeveer gelijk en nemen gelijkmatig toe met het aantal deelnemers en locaties.

Verdeling van de kosten over de deelnemers

Vanaf het moment dat het fiscale onderzoek en het aangifteproces startte zijn de daarmee verbonden kosten zorgvuldig bijgehouden. Om de reeds gemaakte kosten én de kosten van de rechtsgang goed te kunnen verdelen per deelnemer, berekenen we deze kosten op basis van het financiële belang per deelnemer. Dit doen we aan de hand van de omvang van de zonnestroominstallaties, gemeten in Wp (Wattpiek). Die omvang bepaalt grotendeels de hoogte van investering, de opgewekte zonnestroom en de hoeveelheid btw die verrekend moet worden. Door het totaalbedrag door het aantal Wp’s te delen, en die kosten naar rato te verrekenen met de deelnemers, komen we tot de meest eerlijke verdeling. Daarnaast brengen we de feitelijke kosten voor het doen van de kwartaalaangiftes per schoolbestuur in rekening. Zo betaalt iedereen een eerlijk aandeel in het gehele dossier, maar nooit meer dan nodig is voor het bedienen van het eigen belang.

Stichting Fiscale ondersteuning Zonnescholen
Oosterhaven 9
9723 AP Groningen

Wolter Buikema | Buikema Belastingen
buikema@buikema-belastingen.nl
050-8200466

Joost Leertouwer | MTN Noord
leertouwer@mtn-groningen.nl

Hotze Hofstra | Zonnescholen
hotze@zonnescholen.nl
06-46377544